Waarom politieke coalities (mis)lukken
Drie scènes: (1) simpel compromis, (2) agenda-setter en pad-afhankelijkheid, (3) achterban/verkiezingen beperken de ruimte → patstelling.
- 2 partijen, 50/50 → meerderheid alleen als beide “ja” zeggen.
- Basisregel: “ja” als voorstel dichter bij je standpunt ligt dan de status quo.
- Agenda-effect: aangenomen voorstel wordt nieuwe status quo voor de volgende stap.
- Achterban (tile 3): voorstellen/steunen alleen binnen ±10 van het eigen punt.
1) Simpel compromis
Status quo = 20. Partij 1 = 50, Partij 2 = 70. Voorstel 50 wordt door beide geaccepteerd.
2) Agenda-setter (pad-afhankelijk)
Start identiek: SQ=20, P1=50, P2=70. Als P2 eerst 70 indient, is dat rationeel beter dan SQ voor beide → aangenomen → SQ wordt 70. Daarna kan P1’s 50 niet meer: voor P2 is dat slechter dan SQ=70.
Prisoners’ dilemma: Partij A kan vooruitdenken en het eerste voorstel niet goedkeuren, om te voorkomen dat de status quo “vastklikt” op 70. Dit leidt echter mogelijk tot vergelding bij de eigen stemming (“dan steun ik jouw voorstel straks ook niet”) — een klassiek prisoners’ dilemma.
3) Achterban/verkiezingen: ±10 ruimte → patstelling
SQ=20, P1=50, P2=70. Maar nu kunnen partijen alleen binnen ±10 van hun eigen punt voorstellen/steunen. P1-band: 40–60. P2-band: 60–80. Veel voorstellen zijn “objectief” beter dan SQ, maar toch politiek onmogelijk. Conclusie: minder speelruimte = sneller geen compromis.